U ziet de foto boven en u denkt ‘brulding?’. Kijk, voor mij brulde ze. ‘Ze’ was mijn stoterstangende 49 cc OHV Honda C310. Nadat ik de suffe dikke knaldemper verving door een race-inlaatkelk van een oude Matchless motorfiets, brulde ze zelfs hard. Te hard vond blauw en zo bleef ook Luxemburg een hoop lawaai bespaard. Luxemburg was op mijn zeventiende in 1973 de eerste vakantiebestemming in den vreemde. Paul op zijn Zündapp, ik op mijn Honda. Met bergen bagage achterop. Nu was zo’n C310 van nature al een slappe zwabber op fietspompjes achter en schommelarmpjes voor, dus de rijeigenschappen werden er bepakt met kilo’s klerenzooi, tenten en slaapzakken niet beter op. Door met name de slaapzak strategisch te plaatsen, viel je wel een stuk zachter.

Inlaatkelken zijn er voor op de inlaten

Laat ik het zo zeggen. Met een C310 onder je, bleven hippe chicks uit je buurt. Agnes al helemaal. Ik verwijderde de oncoole witte beenschilden voor meer aantrekkingskracht, maar zelfs die dikke lillikerd uit 4C kreeg geen belangstelling. Kutwijven. Wat erger was, ook mijn vrienden lachten me uit. Ik betoogde dat een viertakt veel efficiënter, schoner en zuiniger was dan de irritant knetterende tweetakten van hen. Een van de redenen waarom ik C had gekocht. Hoon was mijn deel. Zelfs mijn beste vriend Paul hield een tijdje afstand nadat ik met dit wit-blauwe ding op het schoolplein verscheen. Luxemburg herstelde het respect.

Mobiliteit voor de massa: Honda Super Cub

En respect verdienen ze. Mijn C was ook een telg van de Honda Cub familie. Mobiliseerde Henry’s T de massa in het Westen, deze Hondafamilie motoriseerde vanaf 1958 Azië. Tel alle bescheiden 3.5 tot 4.5 paardenkrachten bij 7000 tpm modellen bij elkaar op en de 60+ miljoen nazaten van de eerste brullen alles omver. Zelfs zonder schuurtjesuitlaat. Een superzuinige (tot 1:180) cumulatieve megabrul van 240 miljoen pk. Eet dat Enzo. Ook mijn C leed aan anorexia octana. Toch werd ze voor haar zuinigheid gestraft. Door de PvdA. Ja, toen al Geert. Met dank aan ome Joop.

Kijk, dat zat zo. In 1973 liepen de gemoederen in het Midden-Oosten tijdens een Joods feestje weer eens hoog op en werd er flink gemat. Als ik me goed herinner stuurde Nederland toen Bofors 40/L70 luchtafweergeschut zonder lopen als ‘landbouwwerktuigen’ naar Israël. Een gelijktijdige tweede zending bestond uit 40/L70 ‘lantaarnpalen’. Dat vonden de Arabieren niet echt onpartijdig en ze draaiden de oliekraan voor ons dicht. De regering Den Uyl besloot toen om de benzine op de bon te doen. Tweetaktmengsel ging om een of andere reden niet op de bon, maar viertakt C reed op gewone autobenzine. Dus kreeg ik zo’n gaaf bonnenboekje van Joop.

Verre familie van de C310, de (wel) vet coole SS50. Met sexy bovenliggende nokkenas

En daar was ik beretrots op. Zo lijdde ik solidair mee met het autovolk. Veel belangrijker, mogelijk wekte mijn spannende bonnenboekje hitsige interesse op bij Agnes de dikke lillikerd uit 4C. Jawel, die dikke lillikerd. Echt wel. Een van de wijze lessen die ik jonge puisten kan meegeven is: ‘houd lillikerds ten minste tot hun zeventiende in de smiezen’. Er kan iets moois uit bloeien. Meisje DL 4C Mk II bijvoorbeeld. Ze was erg laat in de groei geraakt, maar eenmaal plotseling uitgelopen! Wow. Wauuwww. Ik ruilde alles wat ik ruilen kon in voor extra bonnenboekjes. Ik stal ze, ik vervalste ze, ik kopieerde ze. Wat me bij de tweede les voor Clearasil grootgebruikers brengt.

Wed nooit op één paard. Of op de viereneenhalve exemplaren van je C. Hoe verleidelijk aantrekkelijk het bonnenboekje hiervoor ook is. Als je de bonnen nimmer ‘live’ hoeft te trekken omdat C nooit trek in benzine heeft, trekt het niets aan en blijft het hierbij. Geen DL 4C Mk II ziet je staan.

Tevreden op weinig snorrende C

Onderweg op een C

Meer C en familie: hondavereniging.nl, waar ook de foto’s gebietst zijn

  5 reacties op “Brulding van de Week: DL 4C Mk II”

  1. Prachtig stukje bromromantiek

  2. Viertaktbrommerts.
    in ’60 keek ik verlekkerd naar ‘n Demm.
    Traag optrekkend as de tieffes, maar wel 4-takt.
    Vroem-vroem.
    Superzuinig, inderdaad.
    En zag ‘r as ‘n echte motor uit.
    Inderdaad niet met van die trutterige beenschildjes en knikvering van voren zoals de NSU-tjes in die tijd.
    En niet ‘t geseik dat je ‘t spul regelmatig moest ontkolen, zoals bij ‘n tweetakt.
    Dat van die olie-crisis, bonnenboekjes staat mij ook nog wel bij.
    Ik reed inmiddels met alles wat ik van de straathandel kon kopen voor ‘n paar geeltjes tot ‘n meiertje of 3 of zo.
    Van Dafjes tot Trabantjes.
    Van Opel Olympia’s tot Borgward’s.
    Het meest komische van die Olie-crisis vond ik de hamsterwoede die toesloeg.
    Op Olie-gerelateerde produkten.
    De Plastic Vuilniszakken!
    Opeens lagen de schappen leeg!
    Geen Plastic Vuilniszakken meer!
    Uit de grote steden gingen mensen op Hongertocht naar Plastic Vuilniszakken!
    Ik herinner mij nog steeds de trots van mijn mede-Mokumse collega-bouwvakker, die ergens in de provincie, Barneveld ofzo, de hand had weten te leggen op ‘n bundeltje van 20 Plastic Vulliszakken, met strips.
    à raison v/e piek per zak.

    Je gelooft ‘t niet, maar ‘t is de waarheid.

    OK, Mans, ik ben ‘n jaartje of tien ouder dan jij, dus jouw jeugdsentiment qua brommerts is niet ‘t mijne.
    Maar mooie story!

  3. Mijn tweede brommer was een Honda TS50 C320s, eentje waar je ook niet 1,2,3 mee scoorde bij de meisjes, maar wel een wereldbrommer ! Bij mijn weten de eerste brommer met semi-automatische versnelling (schakelen zonder koppelen), en 1 van de weinige viertakt motortjes.Voor mij was het een openbaring want mijn eerste brommer was de (niet zo) oude brommer van mijn vader; een Cyrus !
    De Honda liep als een tierelier want ik liet bij de brommerzaak de “automatische verlating” , wat dat ook weze moge, vast zetten en dan reed hij over de 70 km. Helaas waren de in Nederland gemonteerde kleppen daar niet echt tegen bestand want die moesten eens in de 1 1/2 jaar vervangen worden (verbrand). Het schijnt dat je daar “Belgische kleppen”voor in de plaats kon nemen, maar die waren een stuk duurder.

  4. Dank Lancelot, Jelle,

    Er staat mij vaag bij dat zelfs mijn C een natrium gekoelde uitlaatklep had. In de holle klepsteel zit natrium dat bij verhitting smelt en in de holle ruimte circuleert. De circulatie zorgt voor warmteverspreiding en afgifte aan de cilinderkop. Zo wordt lokale oververhitting en uiteindelijk verbranding voorkomen. Je kon de koeling op sommige series verder verbeteren door klepdekselbouten met koelvinnen te monteren.

  5. [...] klaarde daar ik uitgenodigd was voor de veertigste verjaardag van een oude vriend. De vriend van de Luxemburgtocht. Zijn vrouw leek het wel leuk als oude vrienden uit lang vervlogen tijden verrassend zouden [...]

 Geef een reactie

(verplicht)

(verplicht)

Je kan deze HTML tags en attributen gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>